World of Wildlife maakt gebruik van cookies. Wat betekent dit voor jou meer info Deze melding verbergen

Het regenwoud redden vanuit de supermarkt

Publicatiedatum: dinsdag 03 januari 2017

 

World of wildlife directeur Guido Wassink schrijft 6 maanden lang artikelen over hoe wij in het westen een onderdeel zijn van het uitbuiten en de bedreiging van dieren en hoe onze lokale wildlife projecten bijdragen aan de oplossing.

De grote apen zoals de orang-oetan, de gorilla en de chimpansee staan symbool voor de tropische bossen en alles wat er leeft. Helaas is er een rechtstreeks verband tussen producten die wij hier in Nederland dagelijks consumeren en het verdwijnen van het tropisch regenwoud. En daarmee ook het dreigende uitsterven van de mensapen. 

Het tropisch regenwoud moet voor veel dingen wijken, waaronder de productie van palmolie. Is dit het waard? Veel mensen denken hier verschillend over en de voor- en tegenstanders van het gebruik van palmolie staan vaak lijnrecht tegenover elkaar. Zo wordt palmolie door voorstanders geroemd vanwege het grote aantal toepassingen en de hoge opbrengst per hectare. Tegenstanders zien dat er in een moordend tempo enorme oppervlaktes eeuwenoud woud worden gekapt. Hun biodiversiteit moet plaatsmaken voor de monocultuur die zo kenmerkend is voor palmolieplantages. En dat alles met als doel de prijs van veel producten uit onze supermarkt zo laag mogelijk te houden.

In de dagelijkse aankopen is het vrij lastig om geen palmolieproducten te kopen of te gebruiken. Op een verpakking staat het meestal aangeduid als ‘plantaardige olie’. Palmolie wordt onder andere toegepast in koekjes, soepen, sauzen, bak- en frituurolie, wasmiddel, shampoo, zeep en verf. Het wordt zelfs gebruikt als biobrandstof om groene stroom op te wekken. Zo gebruiken we zonder het te weten meerdere keren per dag producten waar palmolie voor is gebruikt.

Maar wat is dan beter? Oliën uit soja, koolzaad en zonnebloem zijn prima alternatieven die veel minder destructief zijn voor de natuur. Nieuw en baanbrekend is het suikerpalm initiatief van de Nederlandse bosbouwkundige en orang-oetan beschermer Willie Smits. De suikerpalm groeit alleen te midden van andere bomen en planten en brengt dus, in tegenstelling tot de palmolieplantages, een multicultuur met zich mee. Door de veelvoud aan duurzame toepassingsmogelijkheden van palmsuiker, waaronder ook biobrandstof, biedt het een prima inkomen voor de lokale mensen.

36 voetbalvelden per minuut

 Volgens cijfers van het Wereld Natuur Fonds verdwijnen er 36 voetbalvelden bos per minuut! Per dag komt dit neer op astronomische getallen: 52.000 voetbalvelden, oftewel 26.000 hectare bos per dag. Een miljoen hectare per jaar. En dat al decennia lang. Het bos vangt CO2 op, voorkomt erosie, regelt het (plaatselijke) klimaat én zorgt voor de biodiversiteit. Tachtig procent van alle planten- en diersoorten heeft bos nodig om te kunnen leven en ongeveer een miljard mensen zijn er direct van afhankelijk. Door de ontbossing verdwijnt ook het leefgebied van veel, al dan niet bedreigde, diersoorten. Eenmaal gekapt regenwoud heeft 120 jaar nodig om te herstellen, áls we het ongemoeid haar gang zouden laten gaan.

Ontbossing ten behoeve van palmolieplantages is maar een deel van het probleem, maar wel één met een allesvernietigend effect. De wereldwijde vraag naar de olie neemt toe en veel lokale en nationale overheden en functionarissen krijgen goed betaald voor kapconcessies of kijken in ruil voor steekpenningen even de andere kant op als er illegaal wordt gekapt en lokaal levende stammen zonder pardon moeten wijken.

De sleutel tot het alternatief

Voor de palmoliegiganten is het nog makkelijker om de stukken land gewoon van een dorpsgemeenschap, volksstam of familie te kopen. Deze mensen hebben geen of een zeer laag inkomen en dan lonkt een paar honderd dollar voor een paar hectare grond wel. Het enige alternatief dat ze hebben is armoede of het afslachten van orang-oetans, gorilla’s of chimpansees. Hoewel we vanuit het westen onze beschuldigende vinger wijzen naar iedereen die verantwoordelijk is voor de ontbossing, vormt onze vraag naar hout en palmolie juist de basis van het probleem. Het lijkt daarmee wel een Gordiaanse knoop.

Lokale wildlife projecten zien het leefgebied van de dieren die ze beschermen kleiner worden en populaties dramatisch afnemen. Zij zien dat een globale, allesomvattende oplossing, te laat zal zijn voor de mensen en dieren die afhankelijk zijn van het bos. Met een hands-on mentaliteit bedenken zij creatieve en vooral werkbare alternatieven, waar zowel de lokale leefgemeenschappen als de dieren en hun leefgebied baat bij hebben. Juist de beperkte omvang van de projecten, maakt dat de ontbossing gestopt of geremd kan worden.

Het Limbe Wildlife Centre* (LWC) uit Kameroen laat zien dat mens en dier beiden baat kunnen hebben bij duurzaam natuurbehoud. In het regenwoud rondom het opvangcentrum heeft men te maken met twee grote problemen: om aan geld te komen schieten lokale stammen gorilla’s en chimpansees massaal af. Deze verkopen zij voor de lokale apenvleesmarkten. Dit proces leidt tot een afname van de populaties. Hierdoor zijn weer andere bronnen van inkomsten nodig en de mensen raken genoodzaakt om hun land te verkopen aan de palmolieproducenten.

Bladeren voor gorilla's

Gorilla’s eten graag Aframomum bladeren. Deze bladeren bevatten veel voedingsstoffen, zijn een natuurlijke pijnstiller en werken tegen parasieten en reuma. De gorilla’s die in het Limbe Wildlife Centre zijn opgevangen krijgen ze dan ook iedere dag te eten. De planten groeien alleen in een multicultuur, oftewel een bos waar ook andere planten en bomen staan. Het LWC leidt ex-stropers op om voor de gorilla’s van LWC Aframomum bladeren te gaan kweken. Van de vrouwen van de stropers worden bosvruchten en groene bladeren van onder andere de aardappelplanten en pompoenen opgekocht. Samen hebben deze gezinnen zo een beter inkomen dan met het jagen op gorilla’s. Het aantal stropers in het gebied is al afgenomen van tachtig naar zestien. 

Inmiddels is het bos voor de lokale mensen economisch en sociaal gezien meer waard dan wanneer ze het zouden verkopen aan de palmoliebedrijven. Het dorp Batoke, waar dertig ex-stropers inmiddels met hun nieuwe activiteit hun dertig gezinnen kunnen onderhouden, heeft recent ‘nee’ gezegd tegen de verkoop van hun land. De apen houden hun leefgebied en zij maken op duurzame wijze gebruik van de natuurlijke hulpbronnen.

Het is natuurlijk een druppel op een gloeiende plaat en ontslaat de rest van de wereld niet van het nemen van de verantwoordelijkheid. Het laat wel zien dat er stap voor stap resultaat behaald kan worden en met eenvoudige alternatieven, waar iedereen baat bij heeft. Nou ja, behalve misschien dan de voor aandeelhouder van de palmoliegigant. Een keuze die vrij makkelijk te maken is!

Reacties

Reactie plaatsen

Naam: *
Email: *
Bericht: *
Beveiligingscode: *
If you have trouble reading the code, click on the code itself to generate a new random code.
Velden gemarkeerd met * zijn verplicht

Meer World of Wildlife nieuwsberichten

Nieuws

Laatste nieuws

lees verder
06-01-2017
De Afrikaanse pinguin sterft een eenzame dood
Het zijn voornamelijk de Afrikaanse pingu├»ns die …
lees verder
03-01-2017
Het regenwoud redden vanuit de supermarkt
De grote apen zoals de orang-oetan, de gorilla en …
lees verder
02-01-2017
De baby-olifant als toeristische attractie
Er is maar weinig zo vertederend als een baby-olif…

Links

Meld je hier aan voor de nieuwsbrief

Hoe kun jij helpen?

Adopteer een dier
Doneer aan World of Wildlife